4am
De banden van mijn fiets laten streepjes
achter op het vochtige asfalt als ik de koude nacht
doorklief, nadat ik, dansend, de avond nacht heb zien worden
en buitensporig veel gedronken,
glimlachend, af en toe glurend, vaak tanden bloot,
hardop van je nabijheid genietend,
je per ongeluk vaker dan noodzakelijk aangeraakt heb,
waarop jij verlegen voorovergebogen, ongemakkelijk zelfverzekerd,
je glimlachen op me afvurend, steeds dichterbijkomend,
samen met me naar huis bent gefietst, tot op het kruispunt waar onze wegen
zich onvermijdelijk scheiden, maar wij juist voorzichtig,
alsof we jonger zijn dan we oud zijn,
durven aan te raken wat breekbaar en haast onmogelijk,
of misschien niet onmogelijk maar zeker moeilijk, is
en de dagen nachten weken maanden die volgen,
anders zal laten zijn, dan wanneer we allebei, ons zelf beschermend,
te voorzichtig, niet durvend, heel zachtjes, maar met de drang om om te keren,
onze wegen hadden vervolgd.
